Castratie

Castratie en/of sterilisatie

De benaming castratie en sterilisatie worden vaak verkeerd gebruikt.

Castreren betekent letterlijk snijden: hiermee wordt het verwijderen van de geslachtsklieren aangeduid. Bij mannelijke dieren zijn dit de teelballen (testikels) en bij vrouwelijke dieren de eierstokken (ovaria).
Steriliseren betekent tegenwoordig “onvruchtbaar” maken met behoud van de geslachtsklieren, bijvoorbeeld door het onderbreken van de zaadstreng of eileiders. Deze ingreep is bij honden en katten niet aan te raden (zie voordelen castratie).

Reu
Reuen worden alleen gecastreerd als het nodig is, een castratie kan soms een medische, maar meestal een praktische reden hebben.
Medische reden: prostaatproblemen, voorhuidontsteking of tumoren in de zaadballen.

Praktische reden:

  • Ongewenst dekken van de teef.
  • Minder weglopen omdat hij minder behoefte heeft achter de loopse teven
  • Minder fel ten opzichten van andere reuen (60% succes)
  • Minder neiging tegen iets of iemand op te ‘rijden’ of tegen iets aan te plassen.
  • Minder tot geen libido meer.

Tijdelijke castratie van de reu is ook mogelijk.

Als u wilt “uitproberen” wat het effect van castratie is op (het gedrag van) uw hond, kunt u kiezen voor een tijdelijke chemische castratie. Bij chemische castratie wordt de productie van testosteron onderdrukt.

Er zijn twee vormen van chemische castratie:

een snel- maar kortwerkende injectie (Vetadinon®): binnen 2 tot 4 dagen is het eerste effect zichtbaar. Deze injectie werkt minimaal 3-4 weken.

een langer werkend implantaat (Suprelorin®): dit is een klein oplosbaar staafje dat via een injectie onder de huid wordt ingebracht. De eerste 2 weken kan er een toename van de seksuele belangstelling of andere “reuengedrag” optreden, voordat er een afname gezien wordt. Na 4-6 weken is het effect op het gedrag volledig zichtbaar. Onvruchtbaarheid treedt na 6 weken op. De werkingsduur is minimaal 6 maanden en er is evt ook een langwerkend implantaat met een werkzaamheid van minimaal 12 maanden.

Teef
Het is een fabeltje dat het beter zou zijn dat teven eerst een nestje krijgen voor de castratie. Ze hoeven zelfs niet eerst loops te worden.

Hoe jonger we de teef castreren, des te minder kans bestaat dat er op latere leeftijd melkklierkanker en suikerziekte ontwikkelt. Ook baarmoederontsteking, de hond wordt niet meer loops en schijnzwangerschap blijft achterwege.

Als mogelijke nadelen moeten worden vermeld:

  • De operatie niet meer ongedaan gemaakt kan worden: een nestje krijgen is er niet meer bij.
  • De hond kan de neiging hebben om dik te worden. Dit kan echter voorkomen worden door minder eten te geven.
  • Teven die niet meer onder de invloed van vrouwlijke geslachtshormonen staan lijken zich soms wat vaker dominant te gedragen.
  • Afhankelijk van het ras, komt het een enkele keer voor dat een gecastreerde teef op latere leeftijd last kan krijgen van incontinentie van de urine. De kans hierop is erg hierop is erg klein en mocht het gebeuren, dan bestaan daar medicijnen voor.