Chippen

Jaarlijks lopen in Nederland honderden katten, honden en andere huisdieren weg. Een groot deel daarvan, vooral katten, vindt de weg naar huis nooit meer terug. Veel van deze dieren komen via de dierenambulance uiteindelijk in asielen terecht. Van dieren die niet zijn geindentificeerd en niet in een databank zijn geregistreerd is het vrijwel onmogelijk de eigenaar te vinden. Een halsbandje met adrespenning lijkt een goede oplossing, maar helaas kan dit relatief makkelijk verloren gaan.

Gelukkig is er een unieke identificatiemethode: de elektronische chip.

Met een chip is uw huisdier altijd te herkennen, want iedere chip heeft een eigen, unieke code. De code kan met een scanner (afleesapparaat) worden afgelezen. Als je met het apparaat in de buurt van de chip komt verschijnt er een code op het scherm van de scanner. Met deze code kun in de databank op het internet heel makkelijk de eigenaar traceren.

Nadat uw huisdier door de dierenarts van een chip is voorzien moet de code van de chip nog geregistreerd worden in een databank. Uw dierenarts vult daarvoor een formulier in met de gegevens van u, uw dier en het chipnummer en stuurt dit op naar de databank. Het is overigens wel belangrijk deze gegevens te wijzingen bij verhuizing of wijziging van telefoonnummer.

De databank stuurt ter bevestiging van de registratie een bewijs van inschrijving.

 

 

2012 Identificatie en registratieplicht voor honden
Er komt een verplichting voor identificatie en registratie van honden. Invoering wordt voorzien in 2012. Deze verplichting biedt een instrument waarmee handelsstromen en de fokkerij inzichtelijker worden gemaakt en handhaving en opsporing effectiever kan plaatsvinden.
De identificatie en registratie begint bij de pups. De fokker moet de pups laten chippen en bij een aangewezen private databank laten registeren. De gegevens gaan naar een centrale databank bij het Rijk. Opsporingsinstanties maken daarvan gebruik.